Nieuwsarchief Waddenzee 2007 - 2012

JAPANSE OESTERS HOUDEN NIET VAN IJS

zondag 19 februari 2012


Oesterbank in de Waddenzee

HARLINGEN - Strenge winters met veel ijs bepalen het voortbestaan en voorkomen van de Japanse oester. De oesters vriezen niet dood, maar worden door kruiend ijs beschadigd.

Platte oester
Oesters worden al eeuwenlang opgevist in het zuidoostelijke deel van de Noordzee en in de Waddenzee. Een gebied ten noorden van de Waddeneilanden was rijk aan inheemse Platte oesters (Ostrea edulis) en staat nog steeds bekend als de Oestergronden. Oesters werden daarnaast gekweekt op percelen in de Zuiderzee en in de Zeeuwse delta.
Door overbevissing is het aantal platte oesters dramatisch afgenomen. Door de strenge winter van 1962-1963 en de uitbraak van de oesterziekte in de jaren zeventig, veroorzaakt door de parasiet Bonamia ostrea, is de Platte oester in het wild uitgestorven.

Introductie Japanse oesters
Als tijdelijk alternatief voor de platte oester introduceerden Zeeuwse oesterkwekers in 1964 de Japanse oester Crassostrea gigas in de Oosterschelde. De Japanse oester was afkomstig uit de Stille Oceaan aan de westkust van Canada.
De verwachting was dat de Japanse oester zich door de strenge winters niet zou kunnen voortplanten en vanzelf weer zou verdwijnen. Het liep anders. De Japanse oester vestigde zich in het wild, het eerst in Zeeland. Sinds de eerste succesvolle broedval in de Oosterschelde in 1976 is de opmars niet meer te stoppen. Het door Japanse oesters ingenomen oppervlak in de Oosterschelde groeide van 15 à 35 ha droogvallend wad in 1980 tot meer dan 600 ha in 2002. Tegenwoordig is de Japanse oester in de gehele internationale Waddenzee te vinden.

Naast een plaag voor andere schelpdieren (concurrentie om ruimte en voedsel) en recreanten die er hun tenen aan open halen, is de Japanse oester net als mosselen en zeegras ook een biobouwer en speelt het schelpdier een rol in de sedimenthuishouding. De riffen van de oesters huisvesten vele diertjes en hiermee leveren ze ook een bijdrage aan de biodiversiteit. Door de oesters wordt slib uit het water vastgelegd, dat tussen en om de oesterbanken sedimenteert. De Japanse oester is nu een blijvend onderdeel van het voedselweb in de Waddenzee. Verwacht wordt dat door de almaar stijgende temperatuur de soort nog talrijker wordt.

IJzige sterfte
Duitse onderzoekers onderzochten in het noordelijke deel van de internationale Waddenzee de sterfte onder de Japanse oesters als gevolg van strenge winters met ijs. Sinds 1998 wordt ieder jaar in het kombergingsgebied van List (tussen Amrum en Föhr) het voorkomen van mossel- en oesterbanken in kaart gebracht.


Verspreiding van de Japanse Oester in Nederland.
Bron: Stichting Anemoon op www.nederlandsesoorten.nl

In januari en februari 2010 was na ruim tien jaar weer sprake van een strenge winter met ijsvorming. Het bleek dat bijna 90 % van de oesters op banken deze winter niet hadden overleefd. De sterfte was veel hoger dan in warme en milde winters.
De Japanse oester kan op zich goed tegen koude weersomstandigheden met lage water- en luchttemperaturen van water en lucht. De lange duur van de vorstperiode in combinatie met de aanwezigheid van ijs is echter teveel voor de oester, maar ook voor vele andere schelpdieren. De schelpdieren op banken worden ingevroren en opgesloten in ijsschotsen. De schotsen gaan onder invloed van wind en stroming kruien. Door de mechanische stress van kruiend ijs worden de oesters verpletterd. De winter met ijs leidde tot sterfte en had de afname van de Japanse oester tot gevolg. Of de strenge winter van februari 2012 tot hetzelfde effect heeft geleid zal later dit jaar duidelijk worden.

Bron info: Wadweten, Waddenvereniging, Romke Kats