Nieuwsarchief Wadlopen 2007 - 2012

WADLOPEN NIET VERGUNNINGPLICHTIG VOOR NIEUWE NB-WET

dinsdag 22 maart 2011

LEEUWARDEN - Het wadlopen wordt niet vergunningplichtig voor de (nieuwe) Natuurbeschermingswet. Voor de Waddenzee wordt een nieuw Beheer- en Ontwikkelingsplan gemaakt op basis van die nieuwe Nb-wet.
Daarbij wordt gekeken welke activiteiten in de Waddenzee tot schade kunnen lijden. Als dat het geval is, is een vergunning nodig op basis van de Nb-wet. Alle activiteiten in de Waddenzee, groot en klein, zijn tegen het licht gehouden. Een enorme exercitie die vanwege de zorgvuldigheid waarmee het moet gebeuren al enkele jaren aan de gang is. En die niet overal en bij iedereen op grote waardering en sympathie kan rekenen.

Beperkt naar plaats en tijd
Door de wadlooporganisaties is naar voren gebracht dat het wadlopen 'beperkt is naar tijd en plaats'. En daarmee niet significant verstorend. Verder is er een Wadloopverordening en een wadloopconvenant welke beperkingen opleggen aan de wadloopsport. Ook is er een gedragscode.

De wadlooporganisaties hebben onlangs onderstaand bericht ontvangen:
"We hebben lange tijd geen contact gehad over Beheerplan Natura 2000. Zoals jullie weten is begin 2010 de effectenanalyse van o.a. het wadlopen afgerond. Voor wadlopen geen significant negetieve effecten. We willen de voorwaarden waaronder deze activiteiten (NBwet-vergunningvrij) kunnen plaatsvinden opnemen in het beheerplan. Voor wadlopen in een art. 20 gebied, zoals onder Rottum, blijft wel een NBwet vergunning nodig. Voor de voorwaarden hebben we daarbij geput uit de bestaande vergunningen, uiteraard alleen de bepalingen voor zover die verband houden met de natuurwaarden. In bijgevoegd document kunnen jullie de (vrij korte) teksten over wadlopen en zwerftochten lezen onder 1.2.1 (pag. 5), 1.2.2 (pag. 6), 2.3.2 (pag. 12) en 3.3.3 (pag. 20)."

Hieronder deze teksten:


1.2.1. p 5:

Wadlopen en zwerftochten
Op de Waddenzee gaan wadlooptochten doorgaans van het vasteland naar één van de eilanden (A-, B- en C-wadloopvergunning ex Wadloopverordening), maar soms wordt de route deels per boot afgelegd in plaats van geheel wadlopend. Er zijn daarnaast vaak ook zwerf- of natuureducatieve excursies in de nabijheid van een eiland of de vaste wal (ontheffinghouders). Naast het georganiseerde wadlopen wandelen met name lokale kustbewoners wel eens op het wad op vrij korte afstand uit de dijk.

1.2.2. p 6:

Wadlopen en zwerftochten
In het waddengebied zijn vele wadlooporganisaties actief. Wadlopen gebeurt in de periode voor en na het tijdstip van laagwater en er wordt in het algemeen in daglicht gelopen. Avond- en nachttochten in het donker vinden incidenteel plaats. Het wadlopen gebeurt het gehele jaar door, maar nagenoeg geheel in de periode mei-oktober. De georganiseerde wadlooptochten en wadexcursies vinden over het algemeen van april tot en met begin oktober plaats vanwege de betere weersomstandigheden in deze maanden. De vergunningshouders met grote groepen lopen de tochten op basis van een jaarplanning. Het totaal aantal wadlopers op basis van gegevens vergunning- en ontheffinghouders (wadlooptochten + zwerftochten) bedraagt het afgelopen decennium rond 80.000.

Voor wadlopen blijven de (veiligheids)regels en quotering uit de Wadloopverordening 1996 en de Convenant Wadlopen het uitgangspunt voor het beheerplan. Aan de wadlooporganisaties is een quotering toegekend om het jaarlijks aantal wadlopers en het aantal wadlopers per tocht te beperken; het totaal jaarquotum is 50.500 wadlopers. De organisaties gezamenlijk zullen hun wadloopactiviteiten niet intensiveren in die zin dat het maximaal aantal deelnemers aan wadlooptochten van alle organisaties gezamenlijk per jaar daarbij niet meer dan 50.500 zal bedragen.

2.3.2. p 12:

Voorwaarden ten aanzien van wadlooptochten en zwerftochten:

  • De gids zorgt er voor dat de groep bij elkaar blijft. Uitzwermen over kwelder of wad wordt voorkomen.
  • Organisaties van wadloop- en zwerftochten mogen met maximaal 25 personen per gids het wad op.
  • Er worden geen honden meegenomen.
  • Geluidsapparatuur, anders dan voor communicatiedoeleinden en de veiligheid betreffende, wordt niet toegestaan.
  • De gids ziet erop toe dat er geen afval/etensresten/papier e.d. wordt achtergelaten in het gebied.
  • Het is niet toegestaan fauna opzettelijk te verstoren of te verontrusten.
  • Er worden geen planten of delen van planten geplukt, gesneden of uitgestoken.
  • Broedkolonies worden gemeden en van solitair broedende vogels worden geen nesten verstoord of vertrapt of eieren meegenomen: geen verstoring tijdens broedseizoen 15-3 tot 15-7.
  • Verstoring van groepen vogels wordt zoveel mogelijk vermeden, dit geldt zowel op de foerageerplaatsen, de slaapplaatsen en de hoogwatervluchtplaatsen.
  • Tot zeehondenligplaatsen wordt een afstand van minimaal 1500 meter in acht genomen.
  • Een zwerftocht wordt alleen gelopen bij laag water. Daarbij geldt dat uitgaande van een tocht van ca. 3 uur er gelopen wordt vanaf 2,5 uur voor lokaal het laagste punt bereikt is tot 2 uur hierna.
  • Voor de vertrektijden van de wadlooptochten is het vertrektijdenschema (zoals bij vergunningsvoorwaarden) van toepassing.
  • De vertrek- en aanlandingslocaties langs de kust worden bepaald in nauw overleg met de terreinbeheerder.
  • De verstoring in de kwelder wordt tot een uiterste beperkt door:
    - waar mogelijk gebruik te maken van werkpaden van Rijkswaterstaat.
    - de begroeide kwelder alleen te doorkruisen via een lijn loodrecht op de dijk om zo snel mogelijk het meest verstoringsgevoelige gebied door te komen.

    De organisaties dienen de wadloop- en zwerftochten te registreren en jaarlijks door te geven aan bevoegd gezag NBwet (desbetreffende provincie), met aantal deelnemers, aantal groepen, route en periode.

    Voor wadexcursies c.q. zwerftochten zijn locaties aangewezen. Op de onderstaande kaart zijn de locaties weergegeven.

    Vergunning Natuurbeschermingswet 1998
    Het organiseren van wadlooptochten in Artikel 20-gebied Rottumeroog en bijbehorende logistiek blijft vergunningplichtig via de Natuurbeschermingswet 1998.

    3.3.3. p. 20:

    WADLOPEN
    Effecten op habitattype H1140 (Droogvallende platen) is beperkt. Er vindt betreding plaats waardoor bodemdieren gedood en/of verstoord worden, maar dit is over een beperkte oppervlakte. Grotere mosselbanken worden zo veel mogelijk gemeden. Voor de habitattypen Atlantische schorren (H1330), Schorren met slijkgras (H1320) en Zilte pionierbegroeiingen (H1310) geldt min of meer hetzelfde. Er vindt betreding plaats, maar veelal over vaste routes met een beperkte oppervlakte betreding. Het effect van wadlopen op Atlantische schorren is zeer gering, omdat de betrede oppervlakte zeer gering van omvang is. Men loopt over gronddammen en niet kris kras over de kwelder. Kwaliteitskenmerken als onderdeel van habitattype H1140A , zoals schelpdierbanken en zeegrasvelden worden in principe niet betreden (hoogst incidenteel worden schelpdierbanken betreden).

    Doordat de Wadtochten tijdens laag water worden gehouden worden vogels die op de wadplaten foerageren (vooral steltlopers) verstoord tot circa 500 meter (Jongbloed et al., 2009 en Krijgsveld et al., 2008). Ook eenden die langs de kust en plaatranden rusten of foerageren, worden verstoord. De verstoring van foeragerende of rustende vogels op kwelders en wadplaten zal per keer enkele minuten bedragen, waarbij na enige tijd na passage van de wadlopers de oude situatie weer terugkeert. Hierbij is de frequentie van de passerende wadlopers van groter belang dan de groepsgrootte: bij een hogere frequentie zijn potentiële foerageerlocaties vaker en langer verstoord en daarmee een groot deel van de tijd minder geschikt. Ook kleinschalige wadloopactiviteit heeft door de aard van de praktijk, regelmatig en dicht bij de oevers, een verstorend effect op foeragerende vogels (verminderde foerageertijd). Er is dus tijdelijk sprake van verminderde voedselopname of rust. Maar doordat er vooral vaste wadlooproutes en excursielocaties worden aangehouden, waarbij wordt aangenomen dat individuele kustbewoners ook relatief vaste locaties gebruiken, zal dit geen merkbare gevolgen hebben voor de fitness van de vogelpopulaties. De verstoorde oppervlakte foerageergebied is klein ten opzichte van het totale beschikbare foerageergebied. Tijdens het broedseizoen kunnen op de kwelders broedende vogels verstoord worden. Echter, dit is ook minimaal door de vaste ‘doorsteekroutes’ op de kwelders en de voorschriften uit het Convenant Wadlopen.