[email protected] 2.1

U bent in menu 4. Nieuwsarchief

Broodkruimelpad

Home 4. Nieuwsarchief Wadlopen 2007 - 2012 TEXEL - VLIELAND 50 jaar - HOE HET VERDER GING

Nieuwsarchief Wadlopen 2007 - 2012

TEXEL - VLIELAND 50 jaar - HOE HET VERDER GING

woensdag 14 november 2012

Door Kees Wevers

UTRECHT - Op 15 oktober werd in Het Booze Wijf in Lauwersoog in het kader van de jaarlijkse Wadgidsenlezing een bijeenkomst gehouden om stil te staan bij het feit dat het op 13 en 14 oktober precies vijftig jaar geleden was dat Texel-Vlieland voor het eerst gelopen werd (1962), door Jan Abrahamse en Jaap Buwalda. Op 29 en 30 juni 1963 werd de tocht nog een keer herhaald, nu door de groep Schortinghuis, bestaande uit elf personen. Het was de tijd van de wadlooppioniers, waarin veel van de belangrijke tochten voor het eerst werden gelopen. Het verslag van de tocht van Abrahamse en Buwalda verscheen als onderdeel van hun verhaal over wadlopen in "Het Waddenboek" [1]. Schortinghuis schreef over de tweede tocht een prachtig boekwerkje met de titel "De postiljon van De Cocksdorp". [2] De eerste paragraaf van dat boek geeft een naar mijn smaak formidabele beschrijving van de eigenaardige bezigheid die wadlopen is, zie onder. Op de avond in Lauwersoog werden mooie voordrachten gehouden door Jan Abrahamse, en door Wouter Joenje namens de groep Schortinghuis. Dit artikel is een samenvatting van de korte verhandeling die ik die avond gaf over hoe het met Texel-Vlieland verder is gegaan na die twee eerste oversteken.

Beide tochten werden in twee tijen gelopen. Wat voor mij nieuw was is dat Abrahamse en Buwalda wel degelijk het plan hadden de oversteek in één tij te maken. Zij haalden het echter niet, liepen vast op een uitloper van de Ketel, en liepen terug naar de hoger gelegen Waardgronden om daar in de voor de zekerheid meegenomen rubberboot te overvloeden. Daarmee was de rubberbootschool geboren. Zij waren onderweg onder meer door het meezeulen van de rubberboot met een stevige noordelijke wind pal tegen nogal vertraagd. Ook bleek er uiteindelijk, anders dan de verwachting, nauwelijks een verlaging te zijn. Jan liet prachtige plaatjes zien, een aantal origineel tijdens de tocht genomen, en een aantal andere die later in scene gezet zijn (maar minstens zo interessant) voor de vele lezingen die ze destijds gaven.

De groep Schortinghuis was van meet af aan van plan de tocht in twee tijen te lopen. Aangezien zij van mening waren dat bij een overvloeding een vaste verbinding met de grond moet blijven bestaan, omdat anders de tocht niet als gelopen geldt, bedachten zij een lichte constructie met voldoende stevigheid van bamboe, touw en visnet, die ter plekke in elkaar gezet kon worden. De "kroakstoul" of wadstoel. Opmerkelijk (althans naar huidige maatstaven en omstandigheden) is dat de geplande overvloeding voor de Driesprong plaatsvondt. Met die overvloeding was de wadstoelenschool geboren. In Lauwersoog werd ook de video bekeken van de uitzending van VARA Achter Het Nieuws van 4 juli 1963 van over deze tocht, waarin Koos Postema, in onderbroek tot de dijen in het water, de deelnemers in hun wadstoelen ondervraagt.

Tussen beide groepen bestond de nodige rivaliteit. De groep Schortinghuis was al een tijdje bezig met de voorbereidingen, maar Abrahamse en Buwalda hebben de oversteek voor hun neus weggekaapt. Prachtig is het stukje met de titel "De ponjaardsteek" in het boek van Schortinghuis: "Maar toen gebeurde er frontpagina-nieuws. Twee studenten uit Groningen staken op 13 oktober 1962 van Texel naar Vlieland over met een behoorlijke afwaaiing door oostenwind. Volgens de persverslagen hadden zij in de Breesem de eerste ontmoeting met hun volgboot. Van een tweede ontmoeting in de Driesprong kwam niets omdat de volgboot vastliep. De wandelaars zetten hun tocht voort maar liepen om 8 uur 's avonds, reeds na zonsondergang, dood tegen de prielen onder Vlieland. Daar bestegen ze hun rubberboot en verbleven er 7 uur. De volgende morgen om 3 uur liepen zij door naar Vlieland. Daar kwamen zij behouden aan, verheugd over het feit dat zij hun concurrenten de primeur hadden afgesnoept." [2] Iets verder op de uitspraak: "D'r is niks verloren! Veur de statistiek binnen ze verzopen". [2] De "controverse" tussen de rubberbootschool en de wadstoelenschool was geboren. Een mooi stukje wadloopfolklore, dat tot op de dag van vandaag voortleeft (zo bleek in Lauwersoog). Dat zulke gezonde rivaliteit ook dezer dagen nog voorkomt moge blijken uit het feit dat de eerste twee oversteken Hengst-Texel dit jaar op twee achtereenvolgende dagen werden gelopen.

Overvloeden op het wad is geen vaste praktijk geworden. Er heeft nog één keer een overvloeding in een meegebrachte rubberboot plaatsgevonden, in 1978 aan de oever van het Fransche Gaatje, door Frans Visser en Kees Wevers tijdens de eerste oversteek Texel-Richel. In 1972 werd Texel-Vlieland voor het eerst in één tij gelopen (door Boris de Jongh, Pieter Lakeman en Jos Langenberg), en sindsdien is het vaste prik dat de grote oversteken in het gebied Texel-Vlieland-Richel in één tij worden gelopen. Alle gemaakte grote oversteken in het gebied die bekend zijn (en het is nagenoeg zeker dat ze allemaal bekend zijn) staan vermeld op de prachtige en voor de wadloopsport zeer waardevolle website van Lammert Kwant (Wadgidsenweb). Die uitstekende en gedetailleerde documentering laat op zich natuurlijk al heel goed zien hoe het verder is gegaan met Texel-Vlieland na die eerste twee oversteken. Maar zij leent zich ook voor een nadere analyse.

Tot voor kort waren er vijf grote oversteken: Texel-Vlieland in beide richtingen, Texel-Richel in beide richtingen, en Vlieland-Richel retour in één tij. De laatste kan er gezien de afstand (zo'n 28 km ) ook bij gerekend worden, al heeft de tocht natuurlijk wel een wat ander karakter. De afgelopen twee jaar zijn er nog twee grote oversteken bijgekomen: Texel-Hengst in beide richtingen.

Figuur 1 - De in de afgelopen 50 jaar gemaakte grote oversteken in het gebied Texel-Vlieland-Richel- Hengst. T=Texel, V=Vlieland, R=Richel en H=Hengst.
Bron data: Wadgidsenweb, Lammert Kwant.

De grafiek in Figuur 1 is een weergave van het aantal tochten per jaar, met een onderscheid naar de betreffende tochten. Daarbij zijn alle oversteken meegerekend, ook de drie oversteken die met een overvloeding gemaakt zijn. Lammert noemt deze op zijn site voor wat betreft Texel-Vlieland preludes, en begint zijn tellingen pas bij de eerste oversteek in één tij. Echter, het zijn wel echt gemaakte oversteken (al denkt de wadstoelenschool dat, met een knipoog, niet van de eerste oversteek). Ik tel deze tochten dus gewoon mee.

In de grafiek is duidelijk te zien dat Texel-Vlieland met grote voorsprong koploper is. Mogelijk heeft dat te maken met het feit dat qua logistiek een start vanaf Texel eenvoudiger is: elk uur een boot in plaats van drie per dag voor Vlieland, kortere duur van de overtocht (20 minuten tegen een kleine twee uur naar Vlieland), en de auto kan meegenomen worden. Tegenwoordig kan bij een gunstig getij in de maanden dat het veer tussen Texel en Vlieland vaart een oversteek Texel-Vlieland zelfs in één dag uit en thuis gedaan worden. Overigens is, naast de omvang en zwaarte der tochten, de relatief gecompliceerde logistiek, die ook voor verkenningen geldt, er waarschijnlijk mede oorzaak van dat in de afgelopen 50 jaar nog maar een beperkt aantal oversteken is gemaakt.

Het is opmerkelijk dat het na de eerste twee oversteken Texel-Vlieland negen jaar duurde voordat de tocht opnieuw gelopen werd. Nog opmerkelijker is de lange periode van veertien jaar zonder oversteken van 1988 t/m 2001. In 2010 vind een soort explosie van activiteit plaats, met maar liefst zeven oversteken Texel-Vlieland, drie oversteken Vlieland-Texel, en twee tochten Vlieland-Richel-Vlieland.

Tabel 1 - Overzicht van een aantal karakteristieken betreffende het aantal oversteken voor de grote tochten in het gebied Texel-Vlieland-Richel-Hengst. Voor een toelichting op een aantal details, zie de tekst.
Bron data: Wadgidsenweb, Lammert Kwant.

Tabel 1 geeft voor de zeven tochten een overzicht van aantallen voor een aantal verschillende karakeristieken. Een persoonoversteek is hierbij gedefinieerd als één oversteek door één persoon (dus als drie personen samen een oversteek maken zijn dat drie persoonoversteken), en een groepoversteek als een oversteek die door een groep in gezamenlijkheid gemaakt is. De laatste kolom geeft totalen. Voor de laatste twee rijen is dit niet de som van de andere kolommen, maar het aantal personen dat één of meer van de tochten heeft gelopen. De grafiek in figuur 2 is een weergave naar jaartal van de eerste oversteek van elk van de 52 personen die minimaal één van de tochten eenmaal gelopen hebben. Er zijn drie dames die een oversteek gemaakt hebben, alle drie te zien op de foto verderop in dit verhaal (tweemaal Texel-Vlieland, eenmaal Vlieland-Texel). Van de vijf lopers die Texel-Vlieland niet gedaan hebben, heeft één Vlieland-Richel-Vlieland gelopen, en de overige vier Vlieland-Texel. Er zijn tien lopers die meer dan één grote oversteek gemaakt hebben, als volgt verdeeld: 5x2, 1x5, 1x7, 2x8, 1x11.

Het is één keer voorgekomen dat op één dag (en in hetzelfde tij) twee groepen (van respectievelijk één en twee personen) de tocht Texel-Vlieland liepen. De tocht Vlieland-Richel-Vlieland is overigens nog niet in omgekeerde volgorde gelopen (Richel-Vlieland-Richel). Verder is het opmerkelijk dat van de groep van 13 wadlopers die de eerste twee oversteken maakten, niemand een tweede grote oversteek in het gebied heeft gemaakt.

Het is goed te bedenken dat tot de tweede helft van de jaren 90, toen het lopen op GPS geleidelijk gewoon werd, de navigatie in dit uitgestrekte gebied door het lopen op kompas vaak, overigens afhankelijk van de weersomstandigheden, een stuk lastiger was. Aan de andere kant waren in die tijd nog diverse geulen met prikken bebakend, die vooral op het eerste stuk vanaf Texel, als men nog door een watervlakte loopt, weer de nodige houvast gaven. Het was plezierig om dit jaar bij een oversteek van de Hengst naar Texel te merken dat in het Vaarwater naar De Cocksdorp en de Breesem nu grote rode tonnen gelegd zijn, die al van zeer ver zijn te zien, en de navigatie ter plaatse vergemakkelijken.

Figuur 2 - Eerste oversteken van elk van de 52 personen die één van de besproken tochten minimaal eenmaal gelopen hebben.

De avond in Lauwersoog was ook een beetje een reünie van Texel-Vlieland lopers. Er waren er 17 aanwezig, te zien op Foto 1.

Foto 1 - De 17 Texel-Vlieland lopers die in Lauwersoog waren (van links naar rechts): Kees Wevers, Wouter Joenje, Cees van de Burgt, Lieuwe Blanksma (vooraan), Jan Abrahamse, Heiko Oterdoom, Wiepke Toxopeus (vooraan), Fedde Knol, Gerard Mast, Wilto Groenendaal, Menno de Leeuw, Auly Plantinga (vooraan), Theo Tadema, Tjibbe Stelwagen (vooraan), Eveline Poll, Lammert Kwant, Rob Schmutzler.
Foto: Harry ten Veen.

Er was nog een plan om dit jaar precies op 13 oktober de tocht Texel-Vlieland nog een keer te lopen, eventueel met overvloeding en aankomst in de zeer vroege ochtend van 14 oktober. De weersomstandigheden lieten dit helaas niet toe. Wel is afgesproken om te kijken of op 29 en 30 juni 2013, de verjaardag van de tweede tocht, een oversteek in stijl en met overvloeding gemaakt kan worden.

Literatuur
1. J. Abrahamse, J.D. Buwalda, L.M.J.U. van Straaten (red.) en andere auteurs, "Het Waddenboek", 1964.
2. D.H. Schortinghuis, "De postiljon van De Cocksdorp", Drachten, 1964.

Colofon
Auteur : Kees Wevers, Utrecht, [email protected]
Datum : 14 november - versie 01

Klik hier voor meer info over wadlooptochten van Texel naar Vlieland.


Uit: Mr. D.H. Schortingshuis: De Postiljon van De Cocksdorp, Drachten 1964
Aan onze noordkust, waar de wereld bijna ophoudt te bestaan en al de stilte heeft van een poollandschap, strekken zich de wadden uit. Het is een halfslachtig gebied, zee noch land, maar beurtelings het een en het ander. Twee keer per etmaal eb en twee keer vloed. Eindeloos stroomt daar het water enkel geleid door de hemellichamen zon en maan. Het is een oerwereld waar het gebeuren van de derde scheppingsdag zich steeds herhaalt en waar de mens alleen maar vertoeven kan bij de gratie van de elementen.

Daar leidt de wadloperij haar pikante bestaan: het bij laag water overlopen van de vastewal naar een eiland of omgekeerd, een wedloop met tij en tijd, een spel met de zee in haar zwakke ogenblikken. Een bezigheid die bitter zou zijn van ernst als zij niet onvermijdelijk aangelengd werd met een zee van zout water.

De menselijke maatstaven der binnendijkse orde liggen er buitendijks nutteloos bij. Het wad heeft een eigen leven en gaat zijn buitenmenselijke gang. De uitersten grenzen er aan elkaar. De zilveren glinstering van een geschubde zonnebaan over een kalme zee kan plotseling plaats maken voor de dodelijke dreiging van loodgrijs water. De grenzen zijn er vaag. De scheiding tussen land en water wisselt steeds terwijl ook zin en onzin meer in elkaar overlopen dan een verstandig mens lief is. Wahrheit en Dichtung zijn eveneens niet meer te ontwarren. Maar voor alles, de zee kent geen einde. Zij hééft geen einde maar gééft ook geen einde.

Uit de raadselen van deze zelfkant doemen namelijk steeds nieuwe vragen op waarin men zich in de donkere winter kan huisvesten. Iedere voltooide waddentocht baart een volgende. Wadloperij is een vanzelfsprekende zaak van zwaan-kleef-aan.