Nieuwsarchief Waddenzee 2000 - 2008

MOSSELVISSERS KRIJGEN GEEN VERGUNNING VOOR ZAADVISSERIJ OP WADPLATEN



Storm van 27 oktober jl. speelt belangrijke rol in beslissing

donderdag 14 november 2002

GRONINGEN - Het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij geeft de mosselvissers in de Waddenzee geen vergunning op mossel'zaad' te vissen op droogvallende wadplaten. Op 7 augustus jl. hadden de mosselvissers bij het ministerie een verzoek daatoe ingediend, omdat ze in de delen van de Waddenzee die altijd onder water staan (sublittoraal) te weinig mosselzaad hadden aangetroffen. Voor mosselvisserij op de wadplaten is een vergunning nodig op basis van de Natuurbeschermingswet. Het ministerie geeft die vergunning niet.

Het ministerie stelt dat er vrijwel geen vrij liggend nieuw zaad (van 2002) op de platen ligt. De mosselbanken die in 2001 zijn ontstaan, toen er een grote broedval van jonge mossels is geweest, hebben meerdere stormen en naar het zich laat aanzien ook de zware storm van 27 oktober 2002 overleefd. Dat betekent dat het om 'zich ontwikkelende stabiele mosselbanken' lijkt te gaan. Dergelijke banken mogen volgens het Beleidsbesluit Schelpdiervisserij Kustwateren 1999-2003 niet worden bevist.
Wel zijn de mosselbanken tijdens de storm van 27 oktober beschadigd. Het rijksbeleid is er op gericht te streven naar 2000 - 4000 ha. stabiele mosselbanken in de Waddenzee. Het ministerie verwacht dat het areaal aan mosselbanken na de zware storm van 27 oktober mogelijk tot beneden 2000 ha. is gedaald. Daarom wil men geen vergunning geven deze te bevissen.

Diverse belanghebbenden (provincies, gemeenten, natuurbeschermingsorganisaties) was om advies gevraagd. De meeste reacties waren negatief. Ook de wadlooporganisaties hebben hun zienswijze kenbaar gemaakt, zie onder.

De mosselvissers kunnen tot 25 december 2002 bezwaar maken tegen de beslissing.


Eerder bericht:

donderdag 3 oktober 2002

WADLOOPORGANISATIES MAKEN BEZWAAR TEGEN MOSSELVISSERIJ OP DROOGVALLEND WAD

EZINGE - De wadlooporganisaties hebben staatssecretaris Odink van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij per brief laten weten bezwaar te zullen maken tegen eventuele vergunningverlening aan mosselvissers om mossel'zaad' van de droogvallende banken in de oostelijke Waddenzee te vissen.
Begin augustus is door de mosselvissers bij de staatssecretaris (op basis van de Natuurbeschermingswet) vergunning aangevraagd dit 'zaad' (deels) van de droogvallende banken in de oostelijke Waddenzee te mogen vissen. Volgens de vissers liggen er te weinig kleine mossels in delen van de Waddenzee die altijd onder water blijven staan.
Door de wadlooporganisaties (die oversteken organiseren naar Ameland, Engelsmanplaat, Schiermonnikoog, Simonszand en Rottumeroog en die op diverse andere plaatsen wadloopzwerftochten organiseren) wordt aangevoerd dat de mossel na jarenlange afwezigheid terug is van weggeweest.

Jaren lang weinig mossels op het wad
Begin jaren '90 zijn mede door toedoen van de mosselvisserij, de mosselbanken vrijwel van de droogvallende platen in de oostelijke Waddenzee verdwenen. Jarenlang was er tijdens wadlooptochten vrijwel geen mossel(bank) te zien.
Na de mosselzaadval van 1999 kwam daarin verandering en met name op de wantijen van Ameland en Rottumeroog lagen weer mossels. Na de grote zaadval van 2001 zijn op vrijwel elke wadlooproute weer behoorlijk grote aantallen mossels te vinden. Deze mossels beginnen zich nu te ontwikkelen tot mosselbanken. Het droogvallende wad ziet er weer uit als in jaren '70 en '80, dwz. een wad met naast geulen, watervlaktes, zandbanken etc. ook uitgestrekte mosselbanken. Een wezenlijk onderdeel van het landschap van het drooggevallen wad.

Bezwaar
De organisaties kondigen aan bezwaar te zullen maken tegen eventuele vergunningverlening mosselzaad van de droogvallende platen in de oostelijke Waddenzee te vissen.
Wadgidsen willen hun deelnemers graag een zo natuurlijk mogelijke wadbodem laten zien. Dat is een bodem met onbeschadigde mosselbanken. Door de mosselvisserij vergunning te verlenen deze mosselbanken te bevissen, raken ze beschadigd. De organisaties zijn van mening dat ze op deze wijze in hun belangen worden geschaad.

Verder vinden de wadlooporganisaties eventuele vergunningverlening strijdig met het rijksbeleid van de laatste jaren te streven naar 2000 - 4000 ha. stabiele mosselbanken op de droogvallende platen.
Daarnaast wordt aangevoerd dat mosselbanken een belangrijke functie vervullen voor verschillende groepen wadvogels die op de mosselen zelf en op de organismen die zich tussen de mosselen bevinden foerageren. Het wegvissen van mossels heeft dus niet alleen een negatieve invloed op de ontwikkeling van de mosselbanken, maar kan ook negatief uitpakken voor foeragerende vogels.

Tenslotte wordt de staatssecretaris er aan herinnerd dat in 2001 alle wadlooporganisaties en individuele wadgidsen door Landbouw, Natuurbeheer en Visserij afd. Noord en door de Stuurgroep Waddenprovincies benaderd zijn met de vraag de ontstane mosselbanken zo veel mogelijk te ontzien en alleen daar, waar het echt niet anders kon, door de mosselbanken te lopen. Dit uit het oogpunt van natuurherstel en niet om de mosselbanken zodoende te sparen voor de visserij. De wadlooporganisaties vinden het in dit licht vreemd dat hetzelfde Ministerie van LNV een jaar later mogelijk vergunning geeft aan mosselvissers 'zaad' uit de mosselbanken te vissen.

Minister is verheugd
In reactie op de brief antwoordt Minister van LNV Veerman dat ook hij 'verheugd is dat de oostelijke Waddenzee weer fraaie mosselzaadbanken op de bij laagwater droogvallende wadplaten kent'. Zijn beleid is er op gericht om dit natuurlijke biotoop voor de Waddenzee te behouden. 'Te denken valt aan een areaal van 2000 tot 4000 ha. Hiermee zal naar mijn mening ook de beleving van de mosselbanken door de wadlooporganisaties gewaarborgd zijn.'
Veerman schrijft verder dat de aanvraag van de mosselvissers in procedure is gebracht en aan een aantal instanties voorgelegd om hierover een zienswijze te geven. Daarnaast is de mosselvissers gevraagd aanvullende informatie te geven. Zodra alle zienswijzen bekend zijn, zal een besluit worden genomen. Daarbij zal rekening worden gehouden met het vastgestelde beleid zoals dat is neergelegd in het Beleidsbesluit Schelpdiervisserij Kustwateren 1999-2003.

Mosselkwekerijen op Westwad
Mosselkwekers hebben hun kweekpercelen in het westelijke deel van de Waddenzee, waar de mossels vrijwel altijd onder water staan. Dan groeien ze het hardst (altijd plankton = voedsel voorradig) en in de winter is de kans op bevriezen klein. Jonge mossels worden in de hele Waddenzee geboren. Dit mosselzaad wordt door de vissers opgevist (tot een bepaalde toegestane hoeveelheid) en op de kweekpercelen 'uitgezaaid'. Het 'kweken' bestaat vooral uit het tegengaan van predatie, dwz. zeesterren worden er zo veel mogelijk vanaf gevist en soms worden eidereenden ter plaatse verjaagd.

'Zeeuwse mosselen'
Na ca. 3 jaren worden de mossels opgevist. Ze bevatten dan (door het zand- en slikrijke water van de Waddenzee) te veel sediment om te kunnen worden verkocht. In het heldere, sedimentarme water van de Oosterschelde worden de mossels vervolgens 'verwaterd'. Ze zijn daarna schoon genoeg om naar de consument te gaan en heten dan 'Zeeuwse mosselen'.
De afspraak tussen het Ministerie van LNV en de mosselkwekers is dat het mosselzaad uit delen van de westelijke Waddenzee wordt gehaald die altijd onder water staan. Dit om zich vormende mosselbanken op de droogvallende platen de kans te geven groot en stabiel te worden. Deze banken zijn van groot belang voor steltlopers als scholekster.
Zoals wadlopers bekend lag er tussen 1991 en 1999 vrijwel geen mossel op droogvallende wadplaten. In 1999 en 2001 is er echter een geweldige zaadval geweest, sindsdien is de mossel helemaal terug.
Door het Ministerie van LNV is met de mosselvissers enkele jaren geleden afgesproken dat in jaren van schaarste ook op de droogvallende platen mag worden gevist. De mosselvissers geven aan dat dat nu nodig is. De pas aangetreden staatssecretaris Odink mag hierover een beslissing nemen.

Meer bezwaren
Eerder al lieten garnalenvissers die gebruik maken van het oostelijke deel van de Waddenzee weten ook bezwaren te hebben tegen terugkeer van de mosselvissers op de droogvallende platen. Tijdelijke visserij op droogvallende platen willen ze wel toestaan, maar mosselvissers mogen geen structureel verschijnsel worden, meent woordvoerder Martin Vos namens de garnalenvissers. Eventueel wil men geld zien van de mosselvissers.

Lammert Kwant