Nieuwsarchief Waddenzee 2000 - 2008

NIEUWE NATUURBESCHERMINGSWET IN WERKING GETREDEN

maandag 3 oktober 2005

LEEUWARDEN - Per 1 oktober 2005 is de gewijzigde Natuurbeschermingswet (Nb-wet) in werking getreden. Vanaf dat moment heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd en gaan de provincies een groot deel van de vergunningen op basis van deze wet verlenen.

Voor het Waddenzeegebied betreft dat bijvoorbeeld vergunningen voor het betreden van gesloten gebieden, voor wetenschappelijk onderzoek, handkokkelvisserij, zand- en schelpenwinning, diverse recreatieve activiteiten (zoals wadlopen, evenementen), oefeningen voor oliebestrijding en activiteiten in het kader van natuurbeheer. De waddenprovincies gaan deze vergunningverlening gezamenlijk vanuit één centraal punt vorm geven. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) blijft bevoegd gezag voor de vergunningen voor bijvoorbeeld winning van delfstoffen, militaire activiteiten en niet handmatige schelpdiervisserij.

2e Natuurbeschermingswet
Nederland heeft sinds 1967 een Natuurbeschermingswet. Deze wet maakte het onder andere mogelijk om gebieden aan te wijzen als Beschermde- en Staatsnatuurmonumenten en ze zo te beschermen. Ook werd door de Nb-wet een aantal soorten planten en dieren beschermd. De Natuurbeschermingswet 1967 voldeed echter niet aan de verplichtingen die in internationale verdragen en Europese verordeningen aan de bescherming van gebieden en soorten worden gesteld. Daarom is in 1998 een nieuwe Nb-wet tot stand gekomen, die zich alleen richt op gebiedsbescherming: de Natuurbeschermingswet 1998. De verplichtingen voor soortbescherming zijn overgenomen door de Flora- en faunawet. De reden dat de Natuurbeschermingswet 1998 pas in 2005 van kracht wordt is dat rijk en provincies langdurig met elkaar van mening verschilden voor welke activiteiten het rijk resp. de provincies het bevoegd gezag mocht worden (LK).

Wijzigingen voor Waddengebied
Wat zijn de belangrijkste wijzigingen van de nieuwe wet ten opzicht van de oude, en wat betekent dit voor het Waddenzeegebied?

Met de inwerkingtreding van de nieuwe Nb-wet wordt de provincie voor een groot aantal activiteiten, plannen en handelingen bevoegd gezag. Dat wil zeggen dat zij dan de instantie is die de vergunningen afgeeft. Wie - de provincie of het rijk - voor welke activiteit bevoegd gezag wordt, is nader geregeld in de Algemene Maatregel van Bestuur Besluit Vergunningen Nb-wet 1998. Tot nu toe gaven de waddenprovincies alleen zwaarwegende adviezen omtrent aanvragen voor vergunningen c.q. ontheffingen op grond van de Nb-wet, en de vergunningen en ontheffingen werden verleend door het rijk. Dit was afgesproken in een bestuursovereenkomst (1994) tussen de waddenprovincies en het rijk (ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid, LNV).

In de nieuwe Nb-wet is het afwegingskader van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (VHR) verwerkt. Nederland krijgt hiermee een instrument in handen om unieke nationale en Europese natuurwaarden duurzaam in stand te houden, te verbeteren en toe te voegen aan het Europese Natura 2000-netwerk. Een zorgvuldige afweging en vergunningverlening moet waarborgen dat negatieve effecten van projecten voor Natura 2000-gebieden (de Waddenzee is er een van) worden voorkomen, verzacht of gecompenseerd. Daarnaast zal Nederland in de komende jaren voor alle gebieden die samen Natura 2000 vormen, beheersplannen opstellen. Deze beheersplannen maken duidelijk welke activiteiten wel en niet mogelijk zijn in en om die gebieden.

Art. 17 heet nu art. 20
Art. 17 uit de oude Natuurbeschermingswet (verboden toegang) is in de nieuwe wet art. 20 geworden. Art. 17-gebieden heten vanaf nu Art. 20-gebieden. Op korte termijn zullen alle bordjes rondom natuurterreinen met de verwijzing naar art. 17 worden vervangen door nieuwe met daarop het juiste artikelnummer.

Bron: Stuurgroep Waddenprovincies