[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Nieuwsarchief

Broodkruimelpad

Home Waddenzee 2000 - 2008 WARMTE ONTREGELT DIERENLEVEN IN DE WADDENZEE'

Nieuwsarchief Waddenzee 2000 - 2008

WARMTE ONTREGELT DIERENLEVEN IN DE WADDENZEE'

dinsdag 26 augustus 2003

LEEUWARDEN - Als de klimaatverandering doorzet, zal dat enorme gevolgen hebben voor het ecosysteem van de Waddenzee. Het warme zeewater is bv. funest voor het nonnetje, een schelpdier. Consequentie daarvan is dat ook de kanoetstrandloper, een steltloper, in de problemen komt. Het NIOZ op Texel publiceert binnenkort een onderzoek dat een verband legt tussen veranderende milieuomstandigheden en het vestigingsucces van schelpdieren. Belangrijke factor blijkt een temperatuurverhoging van het zeewater in het voorjaar te zijn, zegt NIOZ-medewerker Van Aaken.

Effect op nonnetjes
Hij noemt het nonnetje als voorbeeld. Dit schelpdier leeft van plankton in het zeewater. Snelle opwarming van het water in het voorjaar, zoals die zich de afgelopen tien jaar relatief vaak voordeed, betekent dat de larven van het nonnetje zich extra snel ontwikkelen tot een klein schelpje. De behoefte aan plankton neemt daarbij toe, maar dit plantaardig materiaal gaat niet mee in een snellere ontwikkeling.
Plankton is voor groei afhankelijk van licht. Dat verandert niet automatisch mee als het zeewater warmer wordt. Het gevolg is dat het nonnetje te maken kan krijgen met voedselgebrek.

De kanoetstrandloper, die een trapje hoger in de voedselpiramide staat, krijgt met het vermageren of verdwijnen van het nonnetje ook met voedselgebrek te maken. Gevolg is dat deze vogel het op de Waddenzee moeilijk krijgt. Of overgaat op ander voedsel?

Onfris ruikende algen 
Overigens is mijn eigen waarneming (LK) dat met de warme zomers van 2002 en 2003 (zeewatertemperatuur tot 22°C) het gehalte aan groene en onfris ruikende algen op de droogvallende zandplaten van de Waddenzee sterk is toegenomen. Anders dan de bekende bruine kiezelwieren, die zomer en winter op slikkig terrein te vinden zijn. Plaatselijk ziet het op de platen achterblijvende zeewater er uit als 'groene soep'.
Volgens deskundigen van het NIOZ op Texel gaat het bij de groene algen om 'dinoflagellaten en cyanobacteriën (blauwalgen)'.

Bron: Leeuwarder Courant