W@dgidsenWeb 2.1

U bent in menu 5. Nieuwsarchief

Broodkruimelpad

Home Wadlopen 2000 - 2006 Willem Schober (alias Willem Wad) vond en vindt zijn weg op het wad

Nieuwsarchief Wadlopen 2000 - 2006

Willem Schober (alias Willem Wad) vond en vindt zijn weg op het wad

maandag 25 juli 2005

WESTERNIELAND - Iedereen heeft een verhaal. Bij de een is die met een paar ferme slokken bier verteld, over de ander kan een boek geschreven worden. Willem Schober, alias Willem Wad, zegt zelf tot de laatste categorie te behoren en dat lijkt geen grootspraak. De beroemdste wadloper ter wereld vertelde de Ommelander Courant over zijn leven tijdens een bescheiden zwerftocht door 'zijn' natuurgebied. 'Ik hoef deze ruimte slechts te delen met Neptunus'.

Nog voor hij het hek bij opstapplaats Westernieland over is, begint Willem Wad al te praten. En hij houdt niet op tot het moment later op de avond dat er afscheid genomen wordt. In de winter van 1962/63 was de Waddenzee geheel bevroren. Door de getijdewisselingen stroomde het water eronder wel, waardoor er ijsschotsen van soms vijf meter hoog ontstonden. 'Het was hier net een Poollandschap' verzekert de enthousiaste baas. Hij praat wat onduidelijk en met horten en stoten. Wie goed naar hem luistert, zal hem echter zeker begrijpen.

In 1944 kwam hij in Groningen als Willem Schober ter wereld. 'Ik had geelzucht, waardoor ik bloed van een directe naaste nodig had. In die tijd had je nog geen bloedtransfusies. Mijn vader zat echter bij onderduikers op de Punt van Reide en kon niet op tijd komen. Ik liep hierdoor een beschadiging op aan de kleine hersenen en werd spastisch geboren. Ook heb ik in fasen last van doofheid. Ik ben slechthorend geweest, heb volledig kunnen horen, maar ben de laatste tijd weer doof'. Als kind zou hij zelf nog heel wat uren op de Punt van Reide doorbrengen. 'Daar woonde familie die er schapen had. Met al die bunkers konden we er mooi oorlogje spelen. Ook heb ik er kennis gemaakt met de zee. Mijn moeder is mij eens vergeten en heeft mijn kinderwagen achter de dijk laten staan'.

NATUURMENS
In Vlagtwedde werd Willem een natuurmens. Met zijn opa trok hij er de velden in. 'Dankzij hem heb ik mijn spasmen voor een groot deel overwonnen. Hij liet me er in bomen klimmen en over slootjes springen. Doe het maar, zei hij. Ook hielp hij mee met eendeneieren te zoeken en een pijl en boog te maken. Speelgoed hadden we niet, dus dat maakten we zelf'. Opa zette zich niet alleen in voor liefdadige doeleinden. 'Samen met hem heb ik ook gesmokkeld. Drank en sigaretten brachten we de grens over. Verder namen we voor de meisjes in Duitsland nylon mee, want dat hadden ze daar niet'.

Alsof er een pad is uitgelegd wandelt hij over de verschillende ondergronden van het Wad. Hij wijst op de duizenden wormen die kokers graven in het slijk en waarschuwt voor de diepte van een verraderlijk smalle geul. Even later maant hij om een moment stil te staan en onafgebroken door te lopen over iets wat de leek verslijt voor drijfzand. Tussendoor raapt hij een kapotte nettendrijver op om mee te nemen. Hij is ooit jutter geweest en dat instinct raak je nooit meer kwijt. Alleen de brokstukken van een vliegtuig heeft hij altijd laten liggen. 'Over dit gebied vlogen bommenwerpers die naar Noord-Duitsland moesten. Hier waren ze namelijk moeilijker te bereiken voor het afweergeschut. De bemanning van het neergehaalde vliegtuig ligt op het kerkhof van Westernieland'.

Willems vader was boekhouder. In de jaren vijftig en zestig waren er maar weinig mensen die dit beroep uitoefenden, zodat er veel vraag naar was. Omdat Schober senior weleens van werkgever veranderde, heeft het gezin op verschillende plekken in de provincie gewoond. In Kloosterburen vond Willem zijn roeping. 'Ik liep op dat moment stage op de boerderij van de familie van Hoorn. In de winter van 1962/63 zijn zij begonnen met het organiseren van ijstochten over het wad. Ik ben een keer meegelopen en een jaar later zelf gids geworden. Op de Wadden vond ik terug wat ik na het overlijden van opa in Vlagtwedde had gemist'.

Wadloopgids is echter geen betaald werk. Willem werd geacht een baan te zoeken die aansloot op zijn opleiding aan de landbouwschool. 'Ik heb de school niet afgemaakt, omdat ik voor mezelf geen toekomst zag in de agrarische sector. Omdat ik spastisch ben, zou ik het niet kunnen bolwerken tussen al die machines. Ik vond emplooi op het landbouwboekhoudkantoor. Net als mijn vader kon ik aardig rekenen, maar de muren kwamen op mij af. Ik had meer ruimte nodig, wilde naar het Wad. Daar is zo veel ruimte en dat hoef ik slechts te delen met Neptunus' lacht hij. 'Ik ben daarom vervelend gaan doen bij de sociale dienst. Ze hielden steeds de boot af, maar uiteindelijk is men toch voor mij om tafel gaan zitten. Ik heb een uitkering gekregen en kon me volledig storten op het wadlopen'.


Willem Wad wijdt het nieuwe materiaalhok van Dijkstra Wadlooptochten in de Linthorst Homanpolder nabij Westernieland in en wenst het een lange levensduur toe
Foto Dijkstra Wadlooptochten - Facebook 24 februari 2015

MOZES
Hij is er wereldberoemd mee geworden. Hij krijgt post uit verschillende landen van mensen die er blij om zijn ooit met 'Willem Wad' gelopen hebben. Een Israëlisch echtpaar heeft hem zelfs eens uitgenodigd naar hun land te komen omdat hij in hun ogen de ware Mozes is die zeeën kan opensplijten om tussen het water door te lopen. Mensen die dichterbij wonen hebben weer andere herinneringen aan de illustere dwarskop. 'Ik heb hier ook dingen het land in gesmokkeld. Aan de rand van de vaargeul lang een bootje vanwaar ik zaken als drank kon halen. In Noordpolderzijl controleerde de politie pas de lading van het schip. Het was een mooi avontuur en ik verdiende er ook nog wat mee. In Pieterburen gonsde het altijd door het dorp als ik weer drank had. De politie wist er ook wel van, maar die liet mij geworden'.
In zijn eerste zelfstandige woning in het (toen al) voormalige armenhuis in Pieterburen was het niet alleen daarom feest. Hij kreeg blikken met noodrantsoen van de militairen die hij gidste tijdens een NAVO-oefening of een ontspannende activiteit. 'Ik zei altijd tegen de cafébaas dat hij ze veel patat moest geven. Dan kon ik hun blikken met eten krijgen en delen met mensen die uit de kroeg kwamen. Zaten we bij mij thuis spinazie te eten uit de rantsoenen van de militairen'. Zelfs in zijn caravan in Westernieland heeft hij nog een doos met soldatenvoedsel liggen.

ZWARTE KOP
Willem ziet een zeehond. Zijn zwarte kop valt amper op in het troebele water, maar zijn snorharen reflecteren de stralen van de zojuist doorgebroken zon. 'Ik heb er ooit een doodgeslagen. Er zit geen killer in mij, maar dit beestje leed zo dat het de beste oplossing was. Ik kon het bijna niet doen'. Hij is zelf eens gered door een landversie van het dier. 'Ik liep met wat mensen met een Pyreneese berghond over de Wadden. Er was niet veel te zien aan de lucht, maar het beest begon plotseling te janken. Ik riep: iedereen op zijn hurken! en plantte mijn wandelstok in de grond. Hij ging aan flarden doordat de bliksem er in sloeg. Voor hetzelfde geld was ik zelf geraakt als we niet ineen waren gedoken'.

Al meer dan 40 jaar begeleidt hij groepen en verkent hij in het voorjaar de route voor een nieuw seizoen. 'In de jaren zeventig was er sprake van een hausse, iedereen wilde wadlopen. Bij een oversteek naar Schiermonnikoog liepen er per keer meer dan 1000 mensen mee. De eersten waren al op het eiland toen de laatsten nog op de dijk stonden. Eén gids liep voorop, twee aan de zijkant en eentje er achter'. Zelf heeft hij de tocht al zo'n 1200 keer gelopen, ook voor zichzelf. 'Het was altijd heel gemakkelijk om er te komen, en er ging een boot terug naar Zoutkamp. Daarbij heb ik het altijd een heel prettig eiland gevonden, mooier dan Ameland. Ik heb er zelf nog een blauwe maandag gewoond'.

Tegenwoordig neemt hij vanwege zijn doofheid groepen van maximaal 10 mensen voor voornamelijk zwerftochten onder zijn hoede. Het is echt niet zo dat hij het minder goed kan doen vanwege zijn 61-jarige leeftijd. Met zijn lichaamshouding kan hij zelfs nog beter op zachte en losse ondergronden lopen dan op het vasteland. Om dichter bij zijn domein te kunnen zijn, gaat hij binnen afzienbare tijd verhuizen van zijn huidige woonplaats Sappemeer naar Baflo. 'Ik vind het Wad het mooist als het heiig is. Door de mist ontstaat een heel mysterieuze sfeer. Zelfs als ik daardoor niets kan zien vind ik de weg nog terug. Aan de ribbels in het zand en de geulen kan ik zien waar ik ben'.

Bron: Ommelander Courant